Hoofdstuk 21

==

Lou begon haar zondagochtend zoals ze van plan was geweest: ze sprong uit bed, schonk geen aandacht aan haar rammelende maag en ging meteen aan de slag om het huis van nog meer rommel te ontdoen. Lous boosheid op haar eigen slappe gedrag zorgde vreemd genoeg voor zo’n enorme adrenalineboost dat ze de kracht had om de kolossale stoel vanuit de serre naar de achterdeur te slepen, naar buiten de motregen in, en over het pad naar de container. Vrijwel zonder één keer te blijven staan om op adem te komen hees ze het gevaarte erin. Door haar frustratie bot te vieren op een lelijke oude stoel voorkwam ze in elk geval dat ze met haar hoofd tegen de muur ging beuken.

Over lelijke oude dingen gesproken... Lou scheurde een vuilniszak af van de rol. In haar huidige stemming moest de beuk erin. ‘Sentimenteel zijn mag, maar probeer realistisch te blijven,’ werd in het artikel fijntjes opgemerkt. Lou sprintte de trap op naar de kleine logeerkamer alsof ze van de duivel was bezeten – de voorjaarsschoonmaakduivel, om precies te zijn.

Phils moeder had hun een vaas gegeven als huwelijksgeschenk, en die stond op de ladekast in de logeerkamer. Ze hadden die vaas nooit mooi gevonden. Het ding was zo verschrikkelijk lelijk dat een blinde zich er nog aan zou ergeren, dus was zelfs de tweedehandswinkel geen optie. Ze wilde het gevaarte kapot smijten, om de wereld te bevrijden van zoveel wansmaak. ‘Gooi alle dingen weg die lelijk of kapot zijn,’ stond er in het artikel. ‘Omring je met spullen die je mooi vindt en die een fijne emotionele uitstraling hebben. Daar krijg je positieve energie van.’

‘Oké,’ zei Lou hardop terwijl ze haar mouwen opstroopte. ‘Hou je vast!’

Ze pakte de foeilelijke vaas en liet hem in de vuilniszak vallen. De tafelklok die zo irritant tikte volgde enkele seconden later. De lampetkan met waskom die ooit gebroken was geweest en weer aan elkaar gelijmd viel kapot in de zak, evenals het groteske glazen ornament dat van voor Lous tijd dateerde, gevolgd door een kolossale barometer, waar ze waarschijnlijk voor de allereerste keer op keek – volgens het ding vroor het zes graden en viel er sneeuw.

In de grotere logeerkamer stond een verzameling bronzen siervoorwerpen die Celia niet meer had willen hebben en aan Lou had gegeven. Ze veegde de hele handel met één gebaar van haar arm in de zak – de koperen theepot, de windmolen, de kat, het olielampje, de bel, nog een bel, nog een bel, de koffiepot, de beer, de muis waarvan de staart was bedoeld om er ringen op te bewaren, de vrouw met de hoepelrok en vooral de marskramer met zijn haakneus, want die deed haar aan Des denken.

Vervolgens haalde ze het foeilelijke paardentuig van de muur. Daarna waren de kabouters aan de beurt, castagnetten, maraca’s, een macraméwerk met gekleurde kralen dat Renee een keer uit Plymouth voor hen had meegenomen, een goedkope schets van Haworth Parsonage die ze zelf ooit eens als souvenir had gekocht, en vier lijsten met saaie, op zijde geschilderde bloemen. Die waren behoorlijk duur geweest, maar dat kon haar allang niet meer schelen. Ze knoopte de zak dicht en maakte hem op de overloop weer open om er een paar renaissancistische schilderijtjes van weeklagende vrouwen bij te stoppen. De een huilde om een dode eend en de ander om een man die waarschijnlijk nooit meer terug zou komen uit de oorlog. Het waren trieste dingen, taferelen van eenzaamheid en pijn, en Lou hoefde er niet aan herinnerd te worden hoe dat voelde.

Als een vroege Kerstman zeulde ze de zak naar beneden en ze zwaaide hem in de bak. Vervolgens pakte ze een plank en gaf er een paar flinke klappen op, met bevredigende geluiden van brekende spullen als gevolg. Haar nek deed pijn na die formidabele inspanning, en ze moest even pauzeren om de gespannen spieren te masseren.

Heerlijk tot aan haar neusgaten wegzakken in een warm bad, dáár had ze behoefte aan. Nu wilde ze dat ze het lelijke avocadokleurige bad uit de jaren zeventig in de badkamer had laten staan. Dan had ze de kuip tenminste met warm water kunnen vullen en kunnen badderen totdat haar huid even gerimpeld was als een gedroogde abrikoos.

Ellendige Keith Featherstone! Alleen al door aan hem te denken voelde ze frustratie opkomen. Hoe moest ze die kwestie in hemelsnaam aanpakken? Dreigen dat ze naar de rechter zou gaan had geen zin, want dat zou hij als excuus gebruiken om nooit meer in de buurt van haar huis te komen, als hij tenminste überhaupt van plan was om het werk ooit uit te voeren. Waarom was ze zo dom geweest hem te vertrouwen, en had ze geen bewijs van het voorschot dat ze hem had betaald? Nu kon hij domweg alles ontkennen. Vorige week had ze opnieuw een bericht ingesproken op zijn voicemail, en ze wachtte nog steeds op zijn telefoontje.

Ze moest genoegen nemen met een lange warme douche. Daarna dook ze, gewikkeld in een grote handdoek, in het badkamerkastje om dat uit te mesten. Ze vond stapels gratis monstertjes die ze als een ijdele eekhoorn had bewaard, plus een heel woud van flesjes bodylotion, onderdeel van ongewenste setjes die ze met Kerstmis had gekregen, samen met hun gevreesde begeleiders: handcrèmes.

Ze vond zonnebrandcrème van minstens vier jaar oud, en Phils oude aambeienzalf, die ze voorzichtig tussen twee vingertoppen beetpakte. Volgens haar moeder waren er mensen die het spul op hun gezicht smeerden omdat de huid er strakker van zou worden. Getver.

Roze oogschaduw en lipstick gebruikte ze allang niet meer, en toch had ze er een hele voorraad van in haar mandje met make-up, naast Abba-blauwe oogschaduw met glitter. In het artikel had ze gelezen dat oude make-upproducten broedplaatsen van bacteriën waren en na zes maanden weggegooid moesten worden. Oeps, dacht Lou, toen ze de lipstick vond die ze op haar trouwdag had gedragen, een schakering wijnrood die goed paste bij de herfsttinten van haar haar. Het was een mooie trouwdag geweest, maar net niet volmaakt, omdat haar vader er niet meer was geweest om haar weg te geven. Daar had ze die ochtend om gehuild, zodat Deb haar weer helemaal opnieuw had moeten opmaken.

Het was een zonnige dag geweest, die ze waren begonnen met een verrukkelijk ontbijt, en haar bruidegom was de meest charmante en de meest liefhebbende man van de wereld. Net als haar vader. Haar toekomst lag voor haar als een maagdelijk besneeuwd veld, waar zij en haar man hun eigen unieke patroon op zouden achterlaten. Ze zag het allemaal voor zich: een mooi huis, een grote tuin, een zoon en een dochter en een vrolijke jonge hond, een zomerhuis in de heuvels van Toscane, een bloeiende eigen zaak en een restaurant. En ze zouden allemaal nog lang en gelukkig leven.

Lou gooide de lipstick weg.

==

Ze belde Toms bedrijf om te laten weten dat de container kon worden opgehaald, en ene Eddie liet weten dat ze ’s middags zouden komen. Haar haar was nog niet eens droog na de douche toen ze de truck aan hoorde komen. Ze ging naar buiten, en tot haar blijdschap zag ze een grote hondenkop achter het raampje van de passagier.

‘Hallo,’ riep Lou. Ferm liep ze naar de truck, vastbesloten om te laten zien dat het niet haar gewoonte was om zich zo onelegant omver te laten lopen. Hij werkte tenminste, wat betekende dat hij niet alsnog door zijn rug was gegaan nadat hij haar had opgetild. Ze had het tafereel schuldbewust de revue laten passeren, zij het in een geheel andere montage. De scène duurde nu ongeveer tien minuten langer, met beelden van een hijgende boezem (de hare) en de klanken van een Italiaans accent (het zijne), tegen een romantische achtergrond van de nachtelijke hemel boven de Middellandse Zee, compleet met vallende sterren.

‘Hallo,’ riep Tom terug. Clooney draafde enthousiast naar Lou toe, hopend op een aai en, uiteraard, een koekje.

Lou gaf hem een paar koekjes terwijl Tom de takel aan de container vastmaakte.

Om een gesprek aan te knopen vroeg ze: ‘Waar gaat het allemaal naartoe, dat afval?’

‘We recyclen zoveel mogelijk, met het oog op het milieu. Als er bijvoorbeeld oude maar nog bruikbare meubels bij zijn, brengen we ze naar een instantie die ervoor zorgt dat ze worden weggegeven aan mensen met weinig geld. Resten verf gaan naar liefdadigheidsinstellingen. Soms vinden we oude medicijnen, en die leveren we af bij een apotheek om te voorkomen dat ze in verkeerde handen komen. Wat er overblijft wordt samengeperst en aan de andere kant van Leeds als vulgrond gebruikt.’

‘Ik vroeg me gewoon af wat ermee gebeurt,’ zei Lou. Dat was niet waar; ze wilde alleen maar even met hem babbelen. Maar nu hij haar een paar dingen had verteld, vond ze het eigenlijk heel interessant.

‘Je hoeft niet naar mijn geklets te luisteren, hoor,’ zei Tom.

‘Nee, echt. Ik wilde het weten.’

Tom kneep zijn ogen samen en keek haar zogenaamd argwanend aan. ‘De volgende keer dat ik je zie zal ik je overhoren.’

De volgende keer dat ik je zie!

Hemel, ze begon op Michelle te lijken, zoals ze alles wat hij zei en de manier waarop analyseerde. Straks ging ze nog etenswaren bestuderen op zoek naar iconen van heiligen, zoals Michelle in het verleden had gedaan. Of ze zou via internet in contact proberen te komen met ter dood veroordeelden.

‘Je moet nu toch zeker bijna klaar zijn?’ veronderstelde Tom.

‘Dat dacht ik ook,’ zei Lou lachend, ‘maar ik blijf nieuwe stortplaatsen van oude rommel vinden. Als je er eenmaal mee begint, kun je gewoon niet meer ophouden. Ik vind het echt onvoorstelbaar dat er zoveel spullen zijn die ik niet nodig heb. Of niet meer in huis wil hebben.’

‘Is het gelukt om je droogrek op te hangen?’ vroeg hij.

‘Nog niet, dat staat voor vanmiddag op het programma. Ik heb katrollen gekocht in jouw winkel. Ik wist niet dat die winkel van jou was, maar ik werd geholpen door je broer.’ Lous gezicht verstrakte toen ze dacht aan Toms donkere helft. ‘Ik moet bekennen dat ik me behoorlijk belachelijk heb gemaakt. Ik dacht dat jij de winkeleigenaar was.’

Tom bleef als aan de grond genageld staan, met een punt van het net in zijn hand. ‘Ik wás het ook,’ zei hij met een ongelovig lachje. ‘Ik heb geen broer.’

‘Dus jij was het wel?’

‘Ja, natuurlijk! Daarom hield ik je geld omhoog tegen het licht, om te zien of het een van jouw valse briefjes was.’ Hij grijnsde.

Lou dook in haar geheugen, nam haar herinneringen aan het kopen van de katrollen onder de loep, en toen sloeg ze zich in gedachten met haar handpalm tegen het hoofd. Achteraf gezien was het zo duidelijk dat hij haar in de maling had genomen. Hoe kon hij weten dat ze een droogrek wilde ophangen als hij haar niet had bediend? Ze begon inwendig te blozen en de hitte straalde uit naar haar huid.

‘Het spijt me,’ zei Tom. ‘Ik dacht dat je het wist. Ik vond het alleen een beetje raar dat je er zonder bonnetje vandoor ging.’ Hij lachte hartelijk. ‘Heb je me dan niet horen zeggen “waarschijnlijk bedoel je mijn grote, knappe broer” of iets in die geest?’

Is dat Clooney, had ze ook nog gevraagd. Nee, het is zijn broer uit hetzelfde nest. Jezus, ze was zo ontzettend dom, ze verdiende het om uitgelachen te worden. Een onnozele gans, een uilskuiken van de bovenste plank, die stompzinnige dagdromen had van de man die haar afval kwam ophalen. Het besef raakte haar als een mokerslag, en toen ging haar verbeelding ermee aan de haal om er een Bayeux-wandtapijt omheen te borduren.

Waarschijnlijk hadden hij en de jongens die voor hem werkten in een deuk gelegen van het lachen. Misschien dat hij daarom wel verschillende mannen stuurde, zodat ze haar allemaal konden zien. Clooney rende haar omver en ik heb bijna mijn rug gebroken toen ik haar overeind hielp. En het is echt niet te geloven, dat malle dikke mens slikte het allemaal voor zoete koek, die hele onzin dat ik een broer had. Volgens mij valt ze op me. Driemaal raden, jongens, ze heeft nota bene koekjes gekocht voor de hond!

Lou werd een beetje misselijk, alsof de lamp van zes miljoen watt die ze net had aangeknipt haar maagsappen aan de kook had gebracht. Wanneer leer je het nou eens, vroeg een innerlijk stemmetje vermoeid. Wanneer dringt het nou eindelijk tot je door dat je altijd en overal het mikpunt van spot zult zijn? Jaws, Phil, Renee, Victorianna, Michelle, Keith Featherstone – ze vonden haar allemaal even lachwekkend. En nu ook – tromgeroffel – Mister Container en zijn komische broer. Waarom zette ze niet gewoon een rode neus en een pruik op? Dan kon ze zichzelf als clown verhuren voor feesten en partijen. Dat Tom Broom haar uitlachte voelde erger dan al die andere mensen bij elkaar.

Ergens heel diep in haar binnenste vlamde het beetje wat er nog van de oude Elouise Angeline Casserly over was op, en het riep dat Lou Winter het niet moest wagen om de tranen die brandden in haar ogen tevoorschijn te laten komen. In plaats daarvan stak ze haar kin omhoog. Met herwonnen waardigheid dwong ze zichzelf om in elk geval te doen alsof zij het ook heel grappig vond. ‘Domme ik,’ zei ze. ‘Ja, nu zie ik mijn vergissing in.’ En dat was helemaal waar.

Ze aaide Clooney nog een laatste keer over zijn grote zachte kop en nam beleefd afscheid van Tom Broom. Nog liep ze kalm terug naar haar voordeur, zonder het op een lopen te zetten. Eenmaal weer in de keuken, haar veilige toevluchtsoord, besloot ze dat er nooit meer contact zou zijn met Mister Tom Pestkop-par-excellence-alias-Egotripper Broom. Ze had geen behoefte aan iemand die haar het gevoel gaf dat ze een sukkel was; dat soort mensen had ze al genoeg in haar leven. Ze had gedacht dat hij anders was, maar dat was niet zo. Weg ermee. Opgeruimd staat netjes, ook in dit opzicht.

==

Toen Phil om vier uur ’s middags thuiskwam, legde Lou net de laatste hand aan het takelsysteem van het droogrek dat ze aan een plafondbalk in de keuken had opgehangen. Lou was buitengewoon handig als het op klussen in huis aankwam; haar vader was een enthousiaste doe-het-zelver geweest en ze had veel van hem geleerd. Voor haar vijftiende verjaardag kreeg ze een gereedschapskist van hem, en hij bedacht projecten voor haar. Haar vader had in hun tot werkplaats omgetoverde kelder prachtige dingen voor hun huis gemaakt, en ze vond het altijd heerlijk om naar hem te kijken als hij bezig was, zittend op het kleine stoeltje met een hartvormig gat in de rugleuning dat hij voor haar had gemaakt. Haar moeder was altijd zuinig geweest met complimentjes – het was duidelijk dat ze de buren liever de ogen had uitgestoken met de bestelwagen van een dure meubelzaak.

Phil kon een stekker vervangen, maar hij was als de dood om gaten te boren en dan een waterleiding lek te prikken of een kabel te raken waar hij een gratis permanent aan zou overhouden. Hij zag dat ze een of andere rare haak aan de muur schroefde en vroeg zich af waar ze de energie vandaan haalde. Ze had hem nog steeds niet verteld waarom ze hem de vorige avond met al dat lekkere eten had verwend, maar hij wist dat hij er vanzelf achter zou komen. Lou kon geen geheimen voor zich houden. Ze zou zichzelf onmiddellijk hebben verraden als ze ooit een verhouding had gehad – niet dat Lou ooit vreemd zou gaan, dat was gewoon uitgesloten. Dat zou ze hem nooit aandoen. Lou was een echte lieverd, al had ze tegenwoordig te dikke billen, in tegenstelling tot de superslanke Miss Mooie Groene Ogen. Hij moest het een beetje in de gaten houden. Phil had grootse plannen voor de toekomst, en dan was het niet genoeg dat hij een lieve vrouw had; hij wilde een knappe verschijning aan zijn arm. Hij wilde niet uitgelachen worden, zoals Fat Jack als hij Maureen uit haar doodskist hees om ergens naartoe te gaan.

Hij herinnerde zich nog heel goed wat Fat Jack een keer had gezegd toen een ordinaire slons een Fiesta in kwam ruilen: ‘Als vrouwen zichzelf verwaarlozen, is het hun eigen schuld dat ze worden gestraft.’ Als een man naar andere vrouwen keek, hoorde zijn echtgenote te beseffen dat het tijd werd om meer aandacht aan haar uiterlijk te besteden. Jack had wat dat betreft pech, want het was met Maureen alleen maar verder bergafwaarts gegaan. Phil dacht aan de harige moedervlek in Maureens hals en hij rilde. Dat ding was zo groot dat het een eigen leven leek te leiden. Jack bleef vanzelfsprekend alleen maar bij haar omdat ze voor hem zorgde – en omdat hij geen zin had om alimentatie te betalen natuurlijk. Lou had hun huwelijk tenminste belangrijk genoeg gevonden om voor haar man te vechten. Phil herinnerde zich de enthousiaste seks en waanzinnig lekkere maaltijden als haar welkom-thuis-van-die-ander-cadeau. Fat Jack had geen mallemoer. Maureen had zelfs haar baard niet afgeschoren.

==

De telefoon ging toen Phil onder de douche stond. Lou nam niet op, maar luisterde wel naar het bericht dat werd ingesproken.

‘Mrs. Winter, met mij, Tom Broom. We hebben niets afgesproken over een nieuwe container toen ik vanmiddag de volle bak kwam halen. Wilt u me bellen als ik een nieuwe moet bezorgen? Bedankt. Ik hoop dat u een leuk weekend hebt gehad. Tot ziens.’

Ik hoop dat u een leuk weekend hebt gehad, dacht Lou spottend. Nu kroop hij opeens voor haar, zeker uit angst dat hij een goede klant kwijt was. En terecht. Lou liep naar de kast, pakte het blik met hondenkoekjes en kiepte de inhoud in de pedaalemmer. Nee, Lou zou hem niet bellen. Ze was niet van plan om hem ervoor te betalen dat hij haar belachelijk kon maken. Vooral omdat hij niet eens haar voornaam wist.

Lentekriebels
978 90 499 5217 4.xhtml
978 90 499 5217 4-1.xhtml
978 90 499 5217 4-2.xhtml
978 90 499 5217 4-3.xhtml
978 90 499 5217 4-4.xhtml
978 90 499 5217 4-5.xhtml
978 90 499 5217 4-6.xhtml
978 90 499 5217 4-7.xhtml
978 90 499 5217 4-8.xhtml
978 90 499 5217 4-9.xhtml
978 90 499 5217 4-10.xhtml
978 90 499 5217 4-11.xhtml
978 90 499 5217 4-12.xhtml
978 90 499 5217 4-13.xhtml
978 90 499 5217 4-14.xhtml
978 90 499 5217 4-15.xhtml
978 90 499 5217 4-16.xhtml
978 90 499 5217 4-17.xhtml
978 90 499 5217 4-18.xhtml
978 90 499 5217 4-19.xhtml
978 90 499 5217 4-20.xhtml
978 90 499 5217 4-21.xhtml
978 90 499 5217 4-22.xhtml
978 90 499 5217 4-23.xhtml
978 90 499 5217 4-24.xhtml
978 90 499 5217 4-25.xhtml
978 90 499 5217 4-26.xhtml
978 90 499 5217 4-27.xhtml
978 90 499 5217 4-28.xhtml
978 90 499 5217 4-29.xhtml
978 90 499 5217 4-30.xhtml
978 90 499 5217 4-31.xhtml
978 90 499 5217 4-32.xhtml
978 90 499 5217 4-33.xhtml
978 90 499 5217 4-34.xhtml
978 90 499 5217 4-35.xhtml
978 90 499 5217 4-36.xhtml
978 90 499 5217 4-37.xhtml
978 90 499 5217 4-38.xhtml
978 90 499 5217 4-39.xhtml
978 90 499 5217 4-40.xhtml
978 90 499 5217 4-41.xhtml
978 90 499 5217 4-42.xhtml
978 90 499 5217 4-43.xhtml
978 90 499 5217 4-44.xhtml
978 90 499 5217 4-45.xhtml
978 90 499 5217 4-46.xhtml
978 90 499 5217 4-47.xhtml
978 90 499 5217 4-48.xhtml
978 90 499 5217 4-49.xhtml
978 90 499 5217 4-50.xhtml
978 90 499 5217 4-51.xhtml
978 90 499 5217 4-52.xhtml
978 90 499 5217 4-53.xhtml
978 90 499 5217 4-54.xhtml
978 90 499 5217 4-55.xhtml
978 90 499 5217 4-56.xhtml
978 90 499 5217 4-57.xhtml
978 90 499 5217 4-58.xhtml
978 90 499 5217 4-59.xhtml
978 90 499 5217 4-60.xhtml
978 90 499 5217 4-61.xhtml
978 90 499 5217 4-62.xhtml
978 90 499 5217 4-63.xhtml
978 90 499 5217 4-64.xhtml